Zodra de dagen korter worden en het buiten kouder wordt, gaat de verwarming weer aan. Heb je een warmtepomp of gebruik je een airco om te verwarmen? Dan merk je al snel dat dit toch net even anders werkt dan een ouderwetse cv-ketel op gas. Waar je vroeger de thermostaat 's avonds gerust vijf graden lager zette, vraagt een warmtepomp om een heel andere aanpak.
In dit artikel leggen we je in begrijpelijke taal uit hoe je de temperatuur van je warmtepomp in de winter het beste instelt. Zo geniet je van een behaaglijk warm huis én houd je het stroomverbruik zo laag mogelijk.
Waarom een warmtepomp anders werkt dan een cv-ketel
Om te begrijpen hoe je de thermostaat het beste instelt, is het handig om te weten hoe een warmtepomp werkt. Een traditionele gasketel werkt als een sprinter: hij warmt het water razendsnel op tot wel 75 of 80 graden en warmt je kamer in korte tijd op. Zodra de kamer op temperatuur is, slaat de ketel weer af.
Een warmtepomp is meer een marathonloper. Het systeem werkt het meest zuinig als het continu op een rustig tempo doordraait en water op een lagere temperatuur door de leidingen pompt (vaak tussen de 30 en 40 graden). Als je de temperatuur plotseling flink verhoogt, moet de warmtepomp opeens keihard werken. Soms springt dan zelfs het ingebouwde elektrische verwarmingselement bij. Dat kost ontzettend veel stroom, en dat wil je natuurlijk liever voorkomen.
De gouden regel: houd de temperatuur constant
Het allerbelangrijkste advies voor de winter is simpel: laat de thermostaat zo veel mogelijk met rust. Kies een temperatuur die jij prettig vindt, bijvoorbeeld 20 of 20,5 graden, en laat de warmtepomp dag en nacht op deze stand staan.
Omdat een warmtepomp op lage temperatuur werkt, duurt het opwarmen van een afgekoeld huis veel langer dan bij gasverwarming. Zeker als je vloerverwarming hebt, kan het uren duren voordat de vloer weer warm aanvoelt. Door de temperatuur dag en nacht gelijk te houden:
- Voorkom je dat het systeem 's ochtends een inhaalslag moet maken;
- Blijft de warmtepomp rustig in zijn meest zuinige stand draaien;
- Blijft het binnenklimaat constant en comfortabel.
Wat doe je met nachtverlaging?
Veel mensen zijn gewend om de thermostaat 's nachts op 15 graden te zetten. Bij een warmtepomp is dat meestal geen goed idee. Wil je toch per se een lagere temperatuur in de nacht? Houd dan rekening met de volgende richtlijnen:
- Heb je vloerverwarming? Pas dan helemaal geen nachtverlaging toe (0 graden verschil). Vloerverwarming reageert heel traag. Tegen de tijd dat de vloer is afgekoeld, moet hij alweer opwarmen. Dat kost meer energie dan de temperatuur gewoon gelijk houden.
- Heb je radiatoren of convectoren? Verlaag de temperatuur 's nachts met maximaal 1 tot 1,5 graad. Zet de thermostaat bijvoorbeeld van 20 graden terug naar 18,5 of 19 graden. Zo koelt het huis nauwelijks af en warmt het 's ochtends snel en zuinig weer op.
De juiste aanvoertemperatuur instellen
De aanvoertemperatuur is de temperatuur van het water dat de warmtepomp naar je vloerverwarming of radiatoren stuurt. Hoe lager deze temperatuur kan blijven terwijl je huis wel comfortabel warm wordt, hoe zuiniger je systeem draait.
Moderne lucht/water-systemen, zoals de Versati warmtepompen, maken meestal gebruik van een zogeheten stooklijn (weersafhankelijke regeling). Dit betekent dat de warmtepomp met een buitenvoeler meet hoe koud het buiten is. Is het buiten 10 graden, dan stuurt de warmtepomp water van bijvoorbeeld 28 graden rond. Vriest het buiten 5 graden, dan verhoogt het systeem de watertemperatuur automatisch naar bijvoorbeeld 35 graden.
Je installateur stelt deze stooklijn bij oplevering vaak al goed in. Merk je tijdens een koude winterperiode dat het huis nét niet warm genoeg wordt? Dan kan de stooklijn iets omhoog worden bijgesteld. Raadpleeg hiervoor eventueel de handleiding via onze documentatie of vraag je installateur om advies.
Verwarmen met een airco (lucht/lucht warmtepomp)
Gebruik je een airco om je woonkamer, werkkamer of slaapkamer te verwarmen? Ook dat is een warmtepomp, maar dan een lucht/lucht-systeem. Met moderne Single split units kun je in de winter heel snel en energiezuinig een ruimte op temperatuur brengen.
Voor het verwarmen met een airco gelden handige praktische tips:
- Zet de ventilator op de automatische stand: De binnenunit kiest dan zelf de ideale blaassnelheid. Zodra de gewenste temperatuur bereikt is, gaat hij zachter blazen.
- Richt de luchtstroom naar beneden: Warme lucht stijgt van nature op. Door de lamellen naar beneden te richten, verspreidt de warmte zich eerst over de vloer voordat het naar het plafond stijgt. Dit zorgt voor veel aangenamere voeten.
- Schakel de eco-stand in: Veel modellen hebben een eco-functie die voorkomt dat het apparaat onnodig op vol vermogen gaat draaien.
- Maak de filters regelmatig schoon: Juist in de winter draait de binnenunit veel uren. Stof in de filters zorgt voor minder luchtstroom en een hoger energieverbruik. Maak ze iedere paar weken even schoon met de stofzuiger.
Wat gebeurt er als het buiten vriest? (De ontdooicyclus)
Als de buitentemperatuur rond het vriespunt ligt en de lucht vochtig is, kan er een laagje rijp of ijs op het rooster van de buitenunit ontstaan. Dit is volkomen normaal.
Je warmtepomp merkt dit zelf op en start automatisch een ontdooicyclus (defrost) om het ijs te laten smelten. Tijdens dit proces stopt de warmtepomp eventjes met verwarmen binnen. Je kunt dan even een sissend geluid horen of stoom bij de buitenunit zien opstijgen. Schrik hier niet van: dit hoort erbij en duurt meestal maar een paar minuten. Daarna gaat het systeem gewoon weer verder met het verwarmen van je woning.
Handige checklist voor een zorgeloze winter
Wil je zeker weten dat je alles goed hebt staan? Loop dit korte lijstje even door:
- Zet de thermostaat op een vaste temperatuur: Voorkom grote schommelingen tussen dag en nacht.
- Houd radiatoren en roosters vrij: Zet geen grote banken strak voor lage radiatoren en leg geen dikke kleden over vloerverwarming.
- Zorg voor goede ventilatie: Droge, frisse lucht warmt veel sneller op dan vochtige lucht. Zet ventilatieroosters altijd open of laat je ventilatiesysteem continu aan staan.
- Houd deuren binnenshuis dicht: Verwarm alleen de kamers die je echt gebruikt en sluit de deuren naar onverwarmde ruimtes zoals de hal of de berging.
- Controleer de waterdruk: Bij een watergedragen systeem moet de druk meestal tussen de 1,5 en 2,0 bar staan. Is de druk te laag? Vul het systeem dan even bij.
Hulp of advies nodig?
Elk huis en elke installatie is uniek. Hoe goed je woning is geïsoleerd en welk type afgiftesysteem je hebt, bepalen uiteindelijk welke instelling voor jou het beste werkt. Twijfel je over de instellingen van je warmtepomp of wil je meer weten over duurzaam verwarmen? Neem dan gerust contact met ons op of vraag je erkende installateur om met je mee te kijken. Zo ga je met een gerust hart en warme voeten de winter door!